De wolf en de zeven geitjes
Naar de gebroeders Grimm, bewerkingEr was eens een moedergeit met zeven kleine geitjes. Op een dag moest de moeder naar het bos. "Pas goed op," zei ze, "de wolf wil binnenkomen. Doe de deur niet open!"
De moeder ging weg. Al snel klopte er iemand op de deur. "Doe open, kinderen, ik ben jullie moeder." Maar de stem was diep en ruw. "Nee!", riepen de geitjes. "Onze moeder heeft een zachte stem. Jij bent de wolf!"
De wolf ging naar de bakker en at krijt. Nu klonk zijn stem zacht. Hij klopte weer. Maar de geitjes zagen zijn zwarte poot onder de deur. "Onze moeder heeft witte poten!"
De wolf ging naar de molenaar en maakte zijn poot wit met meel. Hij klopte een derde keer. Deze keer deden de geitjes de deur open. Wat een fout!